DE KNOTWILG

Salix Alba

Een knotwilg of knoot hoort typisch thuis in de Hollandse Poldergebieden. Knoten zijn niet alleen beperkt tot het westen van het land. Op alle vochtige gronden in Nederland zijn wel geknotte wilgen te vinden. Aanvankelijk dienden geknotte wilgen om enige beschutting tegen wind te geven. Tegenwoordig wordt de architecturale verschijningsvorm op prijs gesteld en niet in de laatste plaats is het een biotoop voor vogels en planten.

Knotwilgen begeleiden menige poldersloot, polderweg en boerenkavel. Geknotte wilgen langs een weidekavel hebben het voordeel, dat er genoeg licht en regen kan doordringen tot op de grond onder de boom. Het is geenszins in concurrentie met de grasproductie voor de beweiding met vee. Heel vroeger, in het neolithicum, werd wilgenhout gebruikt om een vitselstek ( een raamwerk van vitsen, afgeplatte of gekloofde latten, waartussen een vlechtwerk van wilgentenen of hazelaartwijgen werd aangelegd) te maken. Dit gevlochten raamwerk werd met leem dichtgesmeerd om zo de eerste woningen te construeren. Het wilgenhout werd ook als brandstof gebruikt in de huizen. De wilgentenen om gebruiksvoorwerpen te vlechten, bv manden of bezems te maken. Knotwilgen worden nu angstvallig in stand gehouden omdat ze zo typerend zijn voor bepaalde landschappen. Vroeger werd dit door de boeren gedaan, nu doen enthousiaste vrijwilligers dit in het kader van landschapsbeheer.

Het knotten van een witte wilg moet zeker om de drie tot vier jaar worden uitgevoerd. Slechts weinig bomen verdragen een zo ingrijpende snoeibeurt. Voortdurend moeten de wonden zich herstellen en moeten nieuwe scheuten worden aangemaakt. Knotwilg is het resultaat van vormwil. Toch moet worden gesteld dat het terugzetten van de ‘pruik’ tevens het behoud van de boom is. Ze blijft er aan de top jong bij, aan de basis wordt meer en meer het verouderingsproces zichtbaar met de toeneming van de leeftijd.

Naarmate een knotwilg ouder wordt, is het verschijnsel van openvouwen van de stam te zien. Desondanks schijnt knotwilg daar niet echt onder te lijden. Er kunnen wel eens paddenstoelen op groeien of mossen of er kunnen zelfs, zoals in Drenthe dikwijls is te zien, eikvarens in groeien. Uilen en roofvogels gebruiken de stoel van een knotwilg dikwijls om hun prooi aan stukken te rijten en te verorberen. Wie aan de knotwilg wil raken, moet zich wel realiseren, dat zo’n mooie, gegroefde stam er niet van de ene op de andere dag staat. Wie z’n liefde voor de knoot wil tonen, steekt z’n energie in het vrijwillig landschapsbeheer en komt gezellig meewerken bij knotgroep De Ronde Venen. Wie bij voorbaat al hoofdpijn krijgt van knotwilg, moet toch maar bedenken, dat een belangrijk bestanddeel van aspirine – salicylzuur – gewonnen wordt uit wilg.

Geef een reactie


Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.